Visie/Missie

Visie

Landelijke ontwikkelingen

De opvattingen over de rolverdeling tussen burgers, maatschappelijke organisaties en overheid op het sociale domein in Nederland zijn aan het verschuiven. Steeds nadrukkelijker is daarbij aan de orde dat burgers – collectief waar mogelijk, individueel waar noodzakelijk – een eigenstandige verantwoordelijkheid dragen voor leef- en samenlevingsomstandigheden. Maatschappelijke organisaties bieden hulp waar de eigen mogelijkheden van burgers tekortschieten en ondersteunen het burgerinitiatief. Overheden faciliteren en creëren randvoorwaarden voor een sociale infrastructuur die daartoe uitnodigt. Daartoe zijn wel minder middelen beschikbaar.

Veranderende inzichten en de noodzaak tot versobering vormen samen het momentum om in hoog tempo over te gaan tot herinrichting van het sociale domein. Op landelijk niveau krijgt dat vorm in de doorontwikkeling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de bakens die zijn uitgezet in het kader van Welzijn Nieuwe Stijl.

Maar ook de decentralisatie van de jeugdzorg, de participatiewet en de transitie van de AWBZ hebben een grote invloed op het sociale domein.

Voor schuldhulpverlening heeft de nieuwe wet op de schuldhulpverlening, die op1 juli 2012 is ingegaan gevolgen. De strekking van de nieuwe wet is: wie in de schulden zit en voor hulp aanklopt bij de gemeente moet binnen vier weken duidelijkheid krijgen over wat er gaat gebeuren. Bij een positief besluit moet de hulp niet gericht zijn op de schulden alleen, maar ook op de omstandigheden waaronder ze konden ontstaan.

De nieuwe richtlijnen vanuit het rijk moeten het hoofd bieden tegen de bezuinigingsopgave die voorligt. Naast de bezuinigingsopgave ligt er de opgave om de burger nog meer in positie te brengen en meer vanuit de eigen kracht uit te gaan. Deze vorm van vraaggericht en vraaggestuurd werken, vraagt ook om een multidisciplinaire aanpak, waarbij de scheidslijnen tussen wonen, welzijn en zorg steeds meer in elkaar overgaan. De hulpverlening dient minder gefragmenteerd en meer effectief te worden. Zo heeft de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg in haar adviesrapport Regie aan de Poort in december 2012 aangegeven dat:

Gezondheidsproblemen die verband houden met psychosociale problemen vragen om een andere organisatie van de basiszorg met een sterke betrokkenheid van de gemeente. Die moet de urgentie hiervan lokaal zichtbaar maken en is aan zet om de basiszorg te organiseren. Multidisciplinaire basiszorgteams op wijkniveau met huisartsenzorg, verpleegkundige zorg en maatschappelijk werk vormen de kern van de aanpak. Deze basiszorgteams moeten burgers faciliteren om zelf hun problemen aan te pakken waar dit kan, en bieden integrale en gecoördineerde hulp in een vroeg stadium. Hiermee voorkomen zij een onnodig beroep op zware zorg.

SEZO onderschrijft deze gedachte. Wij zien dat op de eerstelijnszorg er nog meer verbindingen te maken zijn tussen maatschappelijke dienstverlening en de eerstelijnszorg. Het streven is om de verbindingen in de eerstelijns hulpverlening nog meer op te zoeken.

Ontwikkelingen in Amsterdam

Uit het stedelijk rapport Herijking maatschappelijke dienstverlening (december 2012) van de gemeente Amsterdam, is goed te lezen hoe de gemeente Amsterdam aankijkt tegen de rol van maatschappelijke dienstverlening in de stad. De werkzaamheden van de maatschappelijke dienstverlening vinden volgens de centrale stad plaats op de domeinen inkomen, huisvesting, gezinsrelaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie. De maatschappelijke dienstverlening heeft als doel de zelfredzaamheid te behouden, te versterken of te herstellen en te voorkomen dat mensen in een later stadium zwaardere zorg of begeleiding nodig hebben. De maatschappelijke dienstverlening wordt gezien als een eerstelijnszorg voorziening, wat betekent dat bewoners hier zonder indicatie of verwijzing terecht kunnen.

Volgens de gemeente Amsterdam dient maatschappelijke dienstverlening er te zijn voor Amsterdammers die (tijdelijk) regieverlies ervaren in combinatie met specifieke problematiek en niet zelfredzaam genoeg zijn om de problemen zelf of met hulp van een sociaal netwerk op te lossen. Maatschappelijke dienstverlening wordt dus uitsluitend ingezet voor die Amsterdammers die het nog niet lukt om op eigen kracht hulp en ondersteuning te vinden, maar wel in staat zijn om met de nodige hulp hun zelfredzaamheid terug te winnen, te versterken of te herstellen.

De maatschappelijke dienstverlening wordt gestimuleerd de hulp- en dienstverlening praktisch en kortdurend in te richten, gericht op het herstellen of het realiseren van zelfredzaamheid en dit dient meer en meer gerealiseerd te worden met de inzet van vrijwilligers.

Wmo

De maatschappelijke dienstverlening vormt een belangrijke basis binnen de Wmo aanpak in Amsterdam (Wmo Beleidsplan Amsterdam 2012-2016). De Wmo beleidsdoelstelling voor de maatschappelijke dienstverlening luidt:

•       Amsterdam biedt maatschappelijke dienstverlening gericht op het versterken van het eigen netwerk en het bevorderen van participatie;

•        De maatschappelijke dienstverlening is ontkokerd, werkt outreachend in wijkteams en is gericht op een brede aanpak van sociale problemen.

(Uit: Wmo beleidsplan 2012-2016)

AWBZ

De gemeente gaat ervan uit dat een deel van de doelgroep van de AWBZ begeleiding, met name die met matige beperkingen, ook binnen de doelgroepdefinitie van de maatschappelijke dienstverlening valt. De maatschappelijke dienstverlening kan vanuit de buurtteams in de stadsdelen een rol vervullen als samenwerkingspartner met de organisatie(s) waar de indicatiestelling belegd gaat worden en adviseren over passend (voorliggend) aanbod.

Eén stad, één opgave

De versterking van de keten staat ook in het stedelijke programma één stad, één opgave. Daarin worden enkele maatregelen die moeten leiden tot een effectievere en efficiëntere dienstverlening. Deze maatregelen zijn:

  • Vraaggericht werken met verhoging van rendement dienstverlening.
  • Slimmer werken in de keten, het versterken van de integraliteit.
  • Investeren in preventie.
  • Prioritering maatschappelijke dienstverlening.

Armoede en schuldhulpverlening zijn in het programma één stad, één opgave benoemd tot prioritaire thema’s en tot kernactiviteiten van maatschappelijke dienstverlening. Dit betekent dat bezuinigingen pas in laatste instantie plaatsvinden in de kernactiviteiten rondom Armoede en dat de bezuiniging geen invloed mag hebben op de kwaliteit.

  • Flankerende financiering organiseren.
  • Sturen op resultaat.
  • Maximale inzet van Eigen Kracht.

Samen Doen

Het stedelijk onderzoek Systeem in Beeld heeft laten zien dat de dienstverlening aan jeugdigen en volwassenen sterk is versnipperd. Er is sprake van een veelheid aan aanbod, hulpverleners en organisaties met ieder hun eigen specialisme, regels, protocollen, financieringsstromen, verantwoordingseisen en coördinatiemechanismen. Het programma Samen DOEN in de buurt moet leiden tot een systeeminnovatie waardoor op een efficiëntere en effectievere wijze gewerkt wordt voor huishoudens die op meerdere levensdomeinen (bijvoorbeeld schulden, verslaving, justitie en jeugdzorg) problemen ervaren die de reikwijdte van individuele organisaties overstijgen. De uitgangspunten bij deze nieuwe vorm van ondersteuning zijn:

–          1 huishouden op basis van eigen kracht,

–          1 integraal plan betaald vanuit een ontschot budget,

–          1 regisseur met mandaat en doorzettingsmacht, werkend vanuit generalistische teams op buurtniveau.

Samen Doen in de buurt’, sluit aan op de uitgangspunten van Welzijn Nieuwe Stijl. De vragen en problemen van bewoners staan centraal en professionals werken vanuit sociale buurtteams effectief samen op een outreachende manier en vanuit een preventief oogpunt.

Integrale schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening maakt onderdeel uit van het Amsterdams Armoedebeleid. Amsterdam gaat in haar Armoedebeleid uit van de zogenaamde drie V’s: het voorkomen, het verminderen en het verzachten van Armoede. Daarnaast zet het Armoedebeleid in op verbinden en verbreden: samenwerking met andere partijen en het smeden van coalities en het breder inzetten van maatregelen die effectief zijn.

Het doel van integrale schuldhulpverlening sluit hier naadloos op aan. Ook voor integrale schuldhulpverlening geldt dat het doel is om armoede te voorkomen, te verminderen en te verzachten door financiële zelfredzaamheid te bevorderen. Daarbij richt de schuldhulpverlening zich op mensen in armoede, niet alleen op de burgers met een inkomen onder de 110% maar ook op de burgers met een hoger inkomen maar die door hun schulden, beslagleggingen e.d. onder de 110% en zelfs onder de beslagvrije voet (90% van het sociaal minimum) terecht komen.

De overkoepelende doelstelling van het College is om de komende jaren (2013-2014) een maatschappelijke trendbreuk in Amsterdam te forceren en het aantal huishoudens met problematische schuldsituaties in Amsterdam en de uithuiszettingen als gevolg van financiële problemen te verminderen en lager te laten zijn dan de landelijke trend in 2015.

Deze hoofddoelstelling wordt bereikt door een drieledige aanpak, waarbij het vergroten van de financiële competenties en een integrale aanpak de rode draad vormt:

  • het voorkomen van problematische schulden;
  • het ondersteunen bij het oplossen van schulden gericht op toeleiding naar een schuldregeling (minnelijk of WSNP);
    • het beheersbaar maken van bedreigende schulden: stabilisatie (zekerstellen bad, brood en bed);

(Offensief tegen Schulden, Beleidsnota gemeente Amsterdam, 2012)

In het verlengde van het Actief Armoedebeleid (2009) en het herontwerp schuldhulpverlening (2011-2012) is ook als doel gesteld om de effectiviteit van schuldhulpverlening te verdubbelen: in 2014 worden twee keer zoveel mensen geholpen met een schuldstabilisatie of schuldregeling dan in 2009.

Bij het behalen van deze doelstellingen is het versterken van de integraliteit een rode draad. Het is de bedoeling dat in het sociale domein vanuit andere invalshoeken (wonen, zorg, aanpak huiselijk geweld e.d.) aandacht is voor schuldenproblematiek. Andersom draagt de aanpak rondom het vergroten van de financiële zelfredzaamheid bij aan andere doelstellingen in het sociale domein.

Ontwikkelingen in Nieuw-West

Stadsdeel Nieuw-West en de gemeente Amsterdam trekken samen op in de realisatie van bovengenoemd beleid. De precieze taakverdeling tussen centrale stad en stadsdelen is onderwerp van gesprek. De mogelijke afschaffing van de stadsdelen speelt in deze discussie een belangrijke rol.

Missie

SEZO is op aarde om Amsterdammers die in een kwetsbare periode in hun leven zitten, in staat te stellen op eigen kracht hun leven weer op de rails te krijgen en (weer) volwaardig aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen. Empowerment is daarbij een kernwoord. Om deze missie te bereiken, streeft SEZO ernaar te excelleren op de verschillende onderdelen van maatschappelijke dienstverlening.

SEZO richt zich in haar aanpak op het zelforganiserend vermogen van mensen. Zij spreekt mensen aan op hun eigen kracht en de mogelijkheden die zij hebben om voor de (buurt)samenleving van betekenis te zijn. Het doel is dat zij stijgen op de sociale ladder en dat zij hun zelfredzaamheid vergroten, behouden of weer terugveroveren.

SEZO werkt voor en met mensen (jong en oud) die met een steun in de rug hun problemen op kunnen lossen en daarmee hun zelfstandige positie kunnen versterken of weer terug kunnen krijgen. Ook zet SEZO zich in voor mensen die door gerichte ondersteuning met hun beperking zelfstandig kunnen (blijven) functioneren. SEZO helpt zo nodig eerst en leert vervolgens mensen zichzelf te helpen. SEZO werkt met en voor mensen die belemmeringen ervaren bij het meedoen aan sociale en maatschappelijke verbanden.

Strategische doelstelling

SEZO wil zich de komende jaren blijven focussen op maatschappelijke dienstverlening richting individuen, mensen die om uiteenlopende redenen ondersteuning behoeven. Die kwetsbare burgers ondersteuning bieden: dat is de core business van SEZO. Daarnaast heeft SEZO zich onderscheiden met het project Vrouw en Vaart, dat de afgelopen jaren heeft bewezen succesvol te zijn. Tevens heeft SEZO de gebiedsaanpak opgezet, waar onder meer de galerij- en portiekgesprekken onder vallen. Het doel van die laatste dienst is dat deze zichzelf moet gaan bedruipen.

SEZO wil dicht bij de Amsterdammer staan en de leefwereld van de kwetsbare burger centraal stellen. Deze burger verdient op maat gesneden maatschappelijke diensten van hoge kwaliteit.

Het succes van SEZO kan het beste omschreven worden door haar focus op de niche met schuldhulpverlening als ruggengraat, de daaruit voortvloeiende kennis, haar kwaliteit van dienstverlening, flexibiliteit en innovatief vermogen. SEZO vaart haar eigen koers, daarbij geholpen door politieke sensitiviteit en een sterke visie op het domein. De doelstelling is dit voor de toekomst te versterken.

SEZO wil als organisatie een betrouwbare partner zijn voor haar klanten. Herkenbaarheid is daarbij van groot belang. SEZO wil in de sector een pioniersfunctie vervullen. Voorloper zijn op het gebied van innovaties in het veld van maatschappelijke dienstverlening. Om dit te kunnen doen, dient de organisatie lean en mean te zijn, klantgericht vanuit een integrale benadering van de bredere maatschappelijke problematiek.

Maatschappelijk effect

De gemeente Amsterdam heeft in december 2012 aangegeven wat de maatschappelijke effecten van maatschappelijke dienstverlening zouden moeten zijn. SEZO sluit zich hier bij aan:

  • Amsterdammers zijn zelfredzamer geworden, nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en organiseren benodigde hulp en steun zelf. Kwetsbare Amsterdammers zijn (beter) in staat zelf regie te voeren over hun leven en beschikken over een sociaal netwerk op wie zij zo nodig een beroep kunnen doen voor ondersteuning;
  • voorkomen is dat psychosociale en materiële problemen groter worden. Levensomstandigheden blijven beheersbaar, meer uithuiszettingen zijn voorkomen en de druk op de duurdere individuele zorgvoorzieningen neemt af;
  • minder Amsterdammers komen c.q. blijven in armoede of achterstand; schulden worden gesaneerd;
  • minder Amsterdammers, met name ook ouderen, zijn geïsoleerd of eenzaam;
  • dementie wordt eerder gesignaleerd en mensen worden beter geholpen en/of verwezen;
  • Amsterdammers wonen langer zelfstandig en zijn in staat zelf voor de nodige ondersteuning te zorgen;
  • minder Amsterdammers hebben te maken met huiselijk geweld, waaronder kindermishandeling, ouderenmishandeling en verwaarlozing; Problemen zijn eerder gesignaleerd en mensen worden beter geholpen;
  • minder mantelzorgers zijn overbelast door vroegtijdige signalering en betere hulp- en dienstverlening;
  • meer Amsterdammers zetten hun eigen kracht in als vrijwilliger voor de maatschappelijke dienstverlening en helpen hiermee andere Amsterdammers in hun buurt.